Vrouwenleed in coronatijd

Wat doet een alleenwonende, jonge gezonde vrouw in deze zonovergoten coronatijd? Die gaat aan de wandel. Verder bouwen aan een goed immuunsysteem, noemen Bovenmeester Rutte en menig gezondheidswetenschapper het. Het is wel duidelijk dat ons land eigenlijk vooral door mannen bestuurd wordt.

Lees verder Vrouwenleed in coronatijd

Prinsjes en prinsesjes

Tien weken lang heb ik mijn leerlingen in zo’n beetje elke hoedanigheid mogen aanschouwen. Van net wakker tot in een luidruchtige rij voor de supermarkt. Met een altijd en overal functionerende smartphone zijn Zoom-lessen overal te volgen. Hoe langer het afstandsonderwijs duurde, hoe minder gêne de jongeren leken te kennen. De schaamte voorbij. Veinsden ze in de eerste weken nog opgestaan en voorbereid te zijn, in week tien van de schoolsluiting namen ze al lang de moeite niet meer om hun bed überhaupt uit te komen voor de eerste les begon. Tenzij een bezoek aan het toilet niet kon worden uitgesteld. Dan werd een leeg beeld verklaard met ‘ik ben ff poepen juf.’

Lees verder Prinsjes en prinsesjes

We worden er niet liever op

‘Kun je niet uitkijken, trut!’ Een met handschoenen beschermde vrouw snauwt me snerpend toe. Ze heeft gelijk. Op nauwelijks een meter afstand van haar positioneer ik mij voor het rode verkeerslicht. Ik doe direct twee grote stappen opzij. ‘Sorry, sommige dingen wennen maar lastig’, mompel ik verontschuldigend. Haar bitse blik blijft ongewijzigd.

Terwijl ik mijzelf voor de zoveelste keer deze week verwijtend toespreek, bedenk ik me hoe dit virus ons langzaam verandert in kleine monsters. De eerste weken gedroegen we ons anders, liever. De wereld ademde corona en we waren 24/7 doordrongen van het feit dat afstand de reddingsboei was. Op straat passeerden stadsgenoten elkaar met een mengeling van angst en medeleven in hun blik. Bang om besmet te raken, bewust van het gemeenschappelijk lijden. Op een enkeling na, hielden we allemaal rekening met anderen. We hielden onze pas in als het voetpad te smal was om het tegelijkertijd te belopen. Lukte dat even niet, dan wierpen we elkaar een bemoedigende blik toe. Iedereen begreep dat het nieuwe normaal nog lang niet zo normaal was als onze heldhaftige Rutte het graag wilde.

Lees verder We worden er niet liever op

De vrijeschool gaat digitaal

Alles heeft zo zijn voordelen. Ook digitaal lesgeven. Als doorgewinterde vrijeschooldocent ben ik natuurlijk een groot voorstander van fysieke lessen. Maar eerlijk is eerlijk, dat virtuele klaslokaal is zo gek nog niet.

Het duurde nog geen week om de krijtbordliefhebbers een digitaal lerarenbestaan aan te leren. Geen Rudolf Steiner om ons te laten leiden, geen antroposofisch handvat om te grijpen. Behalve het belangrijke principe dat we de leerlingen wilden blijven zien. Zien op afstand? Ja, dat kan via Zoom. Even wennen, maar met het Pipi Langkous-motto in gedachten – ík heb het nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan – ruilden we ons bordkrijtje in voor een cursor en onze papieren opdrachten voor digitale studiewijzers. De AVG zetten we even in quarantaine.

Lees verder De vrijeschool gaat digitaal

Het nieuwe normaal

Zaterdagochtend na de Corona uitbraak. Deze nacht heeft Klaas Vaak mijn brein nog niet weten te herprogrammeren. Mijn hoofd denkt: koffie, kleren aan en op weg naar mijn even onuitgeslapen sportgenoten. Niet omdat ik zo graag in sluimerstand in de sportschool sta te springen, maar omdat ik anders in de knel kom met al het werk dat nog moeten gebeuren. Logisch toch? Tot een week geleden wel. Toen we nog leefden in het Pre-Corona tijdperk.

Lees verder Het nieuwe normaal

Examenrituelen

Met mijn halve liter sterke koffie daal ik af naar het examenlokaal. Over 25 minuten begin ik aan de zoveelste slaapverwekkende surveillancesessie deze week. Bij de deur staan twee meisjes te wachten. Zodra ze naar binnen kunnen, komen de eerste granolarepen en krentenbollen tevoorschijn. Van alles wat er aan het examen gesleuteld en geknutseld wordt, blijft er een ding hetzelfde: de warenhuizen aan support die de leerlingen meesjouwen.

Lees verder Examenrituelen

Zwarte hoed

Tussen een wildgroei van ouders zitten een vriendin en ik aan de rand van het propvolle pierenbadje. Haar zoontje is op een paar meter afstand druk in de weer met een lading boomstammen. Terwijl wij door de helse hitte allang niet meer zo scherp zijn, is het kind dat wel. Hij merkt direct op dat ik zijn zwarte stoffen hoed op mijn hoofd zet.
‘He dat is mijn hoed, waarom zet je die op?’
‘Alleen even kijken hoor, ik zoek precies zo’n hoed’, zeg ik terwijl ik mijzelf bewonder met de selfiefunctie van mijn iPhone.
Kopen? Kopen?’ Vijf euro’! glunderen de kapitalistische kraaloogjes van het kereltje.
Lees verder Zwarte hoed

Moestuingeluk

De meeste vrouwen van mijn leeftijd krijgen last van rammelende eierstokken. Bij een vriendin waren het de groene vingers die begonnen te kriebelen. Een moestuin moest haar leven compleet maken. En zo ploeterden we op een zonnige donderdagmiddag met een ov-fietsje richting het Noord-Hollandse Laren.

‘Je moet er wat voor overhebben, maar dan heb je ook wat’, verzekerde ze toen ik de reistijd uittelde. Daar was geen woord aan gelogen. Toen ze aan het einde van de bosweg op haar remmen trapte, stond ik aan de rand van een idyllisch veldje waar hier en daar al wat koppige kiemen uit de aarde kropen. Nieuwsgierig volgde ik de enthousiaste vinger van mijn vriendin.

‘Dit hele stuk is knoflook en kijk, ik eet vanavond asperges!’.

Vrolijk telde ze de trotse sprieten die hoognodig uit de aarde bevrijd moesten worden.

‘Dat is zo fijn aan een moestuin, het is even investeren, maar als je eenmaal kan oogsten hoef je nauwelijks meer boodschappen te doen.’

Jij bent dus helemaal van de supermarktgroenten af? vroeg ik even jaloers als verbaasd. Ik dacht terug aan onze studentenjaren waarin we uitsluitend door de fabriek voorgesneden en gewassen groenvoer knaagden.

‘Oh ik snap echt niet dat mensen groenten uit een plastic bakje eten. Haal het dan op de markt of bij de toko.’

Met een lege emmer begon ik aan mijn taak: het wieden van een stukje ongebruikte grond. Met opperste precisie peuterde ik de venijnige worteltjes uit de aarde. Voldaan stapte ik ’s middags met een plukje verse rucola en een nieuw voornemen op mijn ov-fiets: Ik zou nooit meer bezwijken voor groentegemak uit een pakje of zakje. Trots zwaaide ik naar mijn vriendin. Dat mijn handen volledig zwart waren, deerde me niet. Ik had moedertje natuur de hand geschud en dat mocht iedereen weten.

Het duurde een treinrit om mijn pas verworven principes om zeep te helpen. Als een hongerige boer die naar een flinke portie in vette jus zwemmende aardappels snakt, verliet ik Amsterdam Zuid.

‘Wilt u proeven?’ Voordat ik het goed en wel doorhad hengelde een promotiemedewerker van de AH to go een goddelijk geurend mini-gerechtje voor mijn neus. ‘Onze nieuwste stoommaaltijd’, glunderde de ongetwijfeld breedste glimlach uit het personeelsbestand van de grootgrutter. ‘Vandaag in de aanbieding!’

Ik dacht aan het plukje rucola dat inmiddels levenloos in mijn jaszak kleefde. Die zou prachtig staan op mijn vacuümverpakte magnetronlasagne.

Domme labels

“Maar je begrijpt toch wat ik bedoel?” De 5-vwo’er kijkt me aan met een blik van zeur toch niet zo, mens. ‘Ik ben niet dom of zo’, klinkt er verwijtend. Hoewel hij helemaal gelijk heeft wil ik toch dat hij zijn spellingsregeltjes leert. “Ik wil graag dat de rest van de wereld ook ziet hoe slim je bent”, antwoord ik.

Anders dan veel ouders, taalfanaten en ministers, ben ik niet zo bezorgd over het taalgebruik van de jongeren. Met smileys in boekverslagen moet je bij mij niet aankomen, maar dat je het label ‘dom’ krijgt als je een taalfout maakt, gaat mij veel te ver. Kunnen spellen heeft namelijk niets te maken met je intelligentie. Sterker nog: spelling is misschien wel het gemakkelijkste onderdeel van mijn lesstof.

Helaas is het behalve het gemakkelijkste, ook met stip het saaiste onderdeel. Hoeveel sexy fokschapen ik ook over de powerpoint laat springen, de conclusie is toch saai stampwerk en uitzonderingen leren. Daar hoef je geen hoog iq voor te hebben, maar wel een flinke portie doorzettingsvermogen. En wie wel eens een puber van dichtbij heeft meegemaakt, weet dat doorzettingsvermogen niet bepaald zijn sterkste punt is. Tenminste, niet wanneer het gaat om schoolwerk.

Hoewel mijn leerlingen het moeilijk kunnen geloven, leerde ik zelf pas spellen tijdens mijn studie. Voor die tijd was mijn houding niet anders dan die van de protesterende 5-vwo’er. Tot ik merkte dat mensen het nogal dom vonden als ik zei dat ik ‘als’ en ‘dan’ door elkaar gooide, op goed geluk een woord op ‘t’ of ‘d’ liet eindigen en zonder blozen beweerde dat ik “als student zijnde al heel wat had geleert”. In een poging niet langer voor onbenullig wezen te worden aangezien, onderwierp ik mijzelf aan een stoomcursus spelling en grammatica.

Zelf denk ik niet dat ik van die cursus slimmer ben geworden. Wel denk ik dat mijn omgeving mij als slimmer ziet sinds ik niet aan de lopende band spelfouten produceer. Sterker nog: ik denk niet dat ik ooit op een sollicitatiegesprek was uitgenodigd als ik geen foutloze brief had weten te schrijven. En als ik zie hoe mensen op sociaal media stukgaan op andermans taalfouten, heb ik mezelf heel wat leed bespaard.

In mijn ogen ben je vooral dom als je een d/t-fout aan iemands opleidingsniveau koppelt. Maar dat aan de man brengen, is een grotere klus dan dertig pubers het verschil tussen als en dan uitleggen. Voorlopig zal ik dus tegen beter weten in mijn leerlingen zeggen dat ze pas echt slim zijn als ze een duurzame vriendschap sluiten met dat akelig sexy fokschaap.

Marijn Ruhaak

8287 m2 shopterreur

“Ga naar de Primark. Daar hebben ze mini-maatjes en kost het geen drol. De kwaliteit is ruk, maar na een paar weken gooi je ze toch weg.” Mijn veertienjarige nichtje keek me triomfantelijk aan. Kennelijk was het fenomeen kinderarbeid nog niet langsgekomen bij Maatschappijleer.

Sinds een lang ziektebed mij heel wat kilo’s heeft gekost, ga ik als een doorgeschoten zen-beoefenaar in leggings door het leven. Dat was mijn modebewuste nichtje niet ontgaan. Ze duldde een verklaring. Ik vertelde haar dat ik wat extra spek op de botten kweek en geen van mijn broeken nog fatsoenlijk wil sluiten. Natuurlijk kon ik mijzelf een perfect passend designmodel aanmeten, maar diep in de buidel tasten voor slechts een paar weken broekplezier, vond ik wat te gortig.

De Primark dus. Of ik geen morele bezwaren had tegen het uit de kluiten gewassen shopwahalla? Absoluut. Helaas ben ik ook een gierige Nederlander die er weinig voor nodig heeft om particulier geluk boven maatschappelijk belang te kiezen. En dus liet ik me met een stoet andere beter wetende koopjagers van het drie treden tellende roltrapje naar binnen glijden. Direct bevond ik mij in een gekrioel van vrouwen. Zo uitgeblust als het rijtje wachtende mannen op de grote banken zich ontfermden over peuters en handtassen, zo vrolijk waren de dames. Even werd ik blij van het plezier dat van de opgelaten gezichten straalde. Vriendinnen die elkaar de natte dromen van eigenwijze ontwerpers onder de neus hielden. De onuitputtelijke bron “oh my god’s” die uit roze monden klonken bij het zien van opblaasbare pizza’s en laarzen uitgevoerd met lichtjes én bontbolletjes. Als deze opwinding vanavond hun beloning was, snapte ik best dat de mannen braaf hun geduld zaten te bewijzen.

Na twintig minuten en anderhalve roltrap later was er weinig over van mijn optimistische humeur. In mijn hoofd had ik al behoorlijk wat ongecoördineerde klanten met hun krijsende baby’s in elkaar getimmerd. Maar dat zou oneerlijk zijn. Ik was best jaloers op de uitgelaten vrouwen die zichzelf in een paradijs waanden. Ik perste een glimlach op mijn gezicht en vervolgde mijn expeditie. Ergens in deze 8287 m2 tellende nachtmerrie, lagen immers kleine broekjes op mij te wachten.

Ik deed er uiteindelijk ruim een uur over voordat ik met het nodige ellebogenwerk drie broeken voor minder dan veertig euro afrekende. Ik verwachtte enorm blij te zijn met mijn aankoop. Het einde van mijn kledingcrisis zou immers opwegen tegen mijn knagende geweten. Hoe hard ik het ook probeerde, na dit helse avontuur, kreeg ik het niet voor elkaar. Voortaan ging ik weer voor de duurzaam geproduceerde leggings, dat is voor iedereen beter. En mijn nichtje? Die geef ik nog een jaar om zich door haar schoolboeken te werken.