Prinsjes en prinsesjes

Tien weken lang heb ik mijn leerlingen in zo’n beetje elke hoedanigheid mogen aanschouwen. Van net wakker tot in een luidruchtige rij voor de supermarkt. Met een altijd en overal functionerende smartphone zijn Zoom-lessen overal te volgen. Hoe langer het afstandsonderwijs duurde, hoe minder gêne de jongeren leken te kennen. De schaamte voorbij. Veinsden ze in de eerste weken nog opgestaan en voorbereid te zijn, in week tien van de schoolsluiting namen ze al lang de moeite niet meer om hun bed überhaupt uit te komen voor de eerste les begon. Tenzij een bezoek aan het toilet niet kon worden uitgesteld. Dan werd een leeg beeld verklaard met ‘ik ben ff poepen juf.’

Lees verder Prinsjes en prinsesjes

We worden er niet liever op

‘Kun je niet uitkijken, trut!’ Een met handschoenen beschermde vrouw snauwt me snerpend toe. Ze heeft gelijk. Op nauwelijks een meter afstand van haar positioneer ik mij voor het rode verkeerslicht. Ik doe direct twee grote stappen opzij. ‘Sorry, sommige dingen wennen maar lastig’, mompel ik verontschuldigend. Haar bitse blik blijft ongewijzigd.

Terwijl ik mijzelf voor de zoveelste keer deze week verwijtend toespreek, bedenk ik me hoe dit virus ons langzaam verandert in kleine monsters. De eerste weken gedroegen we ons anders, liever. De wereld ademde corona en we waren 24/7 doordrongen van het feit dat afstand de reddingsboei was. Op straat passeerden stadsgenoten elkaar met een mengeling van angst en medeleven in hun blik. Bang om besmet te raken, bewust van het gemeenschappelijk lijden. Op een enkeling na, hielden we allemaal rekening met anderen. We hielden onze pas in als het voetpad te smal was om het tegelijkertijd te belopen. Lukte dat even niet, dan wierpen we elkaar een bemoedigende blik toe. Iedereen begreep dat het nieuwe normaal nog lang niet zo normaal was als onze heldhaftige Rutte het graag wilde.

Lees verder We worden er niet liever op